Jaap (1914-2002), Marie (1935-1988) en Amanda Alenson (1955)

Jaap Alenson was waarschijnlijk het eerste lid van de Nederlandse Vereniging van Kustzeilers die rond de wereld is gezeild. Hij liet een voor die tijd groot stalen schip bouwen, een Trewes 48 (ontwerp Sieb van der Meer), kitsgetuigd en met een waterverplaatsing van 20 ton. Een wereldreis zonder haast, zo typeerde Jaap Alenson zijn reis samen met zijn echtgenote Marie en zijn dochter Amanda.

Hun tocht begint in 1966 en gaat via Curaçao, het Panamakanaal en de Galapagos eilanden. Zij verblijven negen maanden in Tahiti en Moorla. De laatste etappe gaat via het Great Barrier Rif, Mauritius en Mozambique naar Zuid-Afrika. Daar gaan ze naar hun huis in Transvaal.

Maar het eerste deel van de tocht gaat met de masten aan dek, over de Maas door België, over het Canal de l’Est, de Saone en de Rhône door Frankrijk, waarbij 244 sluizen worden gepasseerd, naar Port St Louis; waar de masten weer worden gezet.

De zomer van ‘66 wordt er gezeild op de Middellandse Zee, langs de Riviera, St Tropez, Monaco, Marseille, de Spaanse oostkust, Barcelona, de Balearen, Mallorca, Ibiza, Alicante, Malaga naar Gibraltar, om dat jaar te eindigen op de Canarische eilanden.

Aan de overtocht over de Atlantische Oceaan in 1967 worden in het verslag weinig woorden gewijd: “15 januari vertrek uit Las Palmas, we zeilen onder dwarsfokken en ankeren op 3 februari op Barbados: ware mijlen 2791, op het log 2709”. Na enkele dagen gaat het verder, Barbados – Antigua 300 mijl, ze bezoeken Martinique, Dominica, Guadeloupe, St Eustatius, St-Maarten, daarna Bonaire waarover hij in zijn verslag optekent “duizenden rode flamingo’s, wilde papegaaien, honderdduizenden cactussen, zoutpannen, oude slavenhutten en een vissersparadijs”. Op Curaçao blijven ze geruime tijd, maar eind mei noteert hij, “720 mijl voor een harde passaat, naar Cristobal” waar een visum wordt gehaald bij de consul van Ecuador voor de Galapagos eilanden: “28 dollar en 3 x 3 uur bij de consul!”

Na het Panamakanaal volgt de oversteek van 930 mijl naar de Galapagos eilanden. ”Na mooi praten met de commandant in Wreck Bay, konden we dieselolie innemen, die overigens erg vuil was en goed gefilterd moest worden”. Ze verblijven daarna een week op een onbewoond eiland waar ze veel vis vangen. Op Santa Cruz kunnen ze, bij het enige hotel in de Galapagos archipel, drinkwater innemen. Hier is het Darwin Station waar ze “honderd jaar oude reuzenschildpadden zien, waarmee de walvisvaarders vroeger hun schepen proviandeerden”. Ze posten daar brieven in de beroemde Post Office Barrel, een houten vat dat in de verslagen van kustzeilers later weer opduikt. Daarna steken ze over naar Ferdinanda een onbewoond eiland, daar zien ze ”honderden zwarte leguanen, cormorants, pelikanen, zeeleeuwen, waarvan de jongen zo opgepakt kunnen worden. Hier komt blijkbaar nooit een sterveling”.

De Zwerver II van de familie Alenson

Eind juli vertrekken ze naar de Markiezen, voor een ZO passaat, onderweg zien ze grote walvissen, veel dolfijnen en vangen tonijn, dorado en een haai.

Na bijna 24 dagen en 2955 mijl ankeren ze in Hiva Oa. “Geen schip of land gezien, allen gezond en fit”. Eind augustus vertrekken ze weer. Op Manihi worden ze zeer vriendelijk ontvangen en omhangen met bloemen en schelpenkransen. De laatste stop in 1967 is Tahiti, waar ze blijven tot na het orkaanseizoen. “De Tahitianen zijn wel het aangenaamste volk dat wij ooit ontmoet hebben”.

Het bevalt de Alensons daar uitstekend: het verslag over 1968 begint tenminste met: “Na een onvergetelijke 9 maanden in Tahiti en Moorea, op 1 juni vertrokken uit Papete, Zwerver wordt omhangen met schelpen en uitgeleide gedaan door vele vrienden op de kade”. De tocht gaat verder naar Bora Bora , aan een sleeplijn wordt een geelvin tonijn gevangen van 30 kilo. In Vaitape bezoeken ze het graf van Alain Gerbault (Franse zeezeiler 1893- 1941).

In de verslagen Van Jaap Alenson is vaak sprake van visvangsten, op weg naar Raratonga is b.v. sprake van de vangst van “cutlass”vis van 90 cm.

En verder gaat het weer. Het schip vaart zichzelf op “dwarsfokken” en “Marie vangt een paar mooie bonito’s, ‘s nachts verliezen we onze kat, die slaat overboord in een bui; ze zat altijd achter de vliegende vissen aan die ’s nachts aan boord kwamen”. Op Tonga Tapu meren ze af in het haventje van Nuku Alofa. Ze bezoeken het paleis van de koning Taufa Ahau Tupou V en eten Tongaans: het eten wordt in een oven in de grond gekookt. Op tafel komt een heel varken dat aan een spit is geroosterd, verder kippen, rauwe vis, verschillende groenten etc.

Op 28 augustus vertrekken ze met bestemming Sydney. Op 18 september meren  ze af bij de Cruising Yacht Club of Australia. Op 2e kerstdag zien ze de start van 67 jachten in de Sydney-Hobart Race. Hier blijven zij de komende maanden.

Het laatste verslag over de laatste etappe van de wereldomzeiling in 1969 in het jaarboek 1970, is veel uitgebreider dan de vorige verslagen. Het onderkopje “Wereldreis zonder Haast” is vervallen, er is soms zelfs sprake van een “vaarschema”, ze zijn op weg naar het slot van hun wereldreis.

“Op 19 april 1969 verlaten mijn vrouw Marie onze dochter Amanda (13 jaar) en ik de prachtige haven van Sydney en zetten koers in noordelijke richting”.

De tocht langs de Australische kust wordt gekenmerkt door slecht weer. Ze varen verder door het Great Barrier Reef in ‘recommended course’ en ankeren in Cairns. Daar worden de stuurkabels vervangen en een nieuw toilet geplaatst, want het oude gaf steeds moeilijkheden. “Men blijft steeds bezig op een jacht, vooral in de tropen” verzucht Alenson in zijn verslag.

In Cairns ontmoeten ze een jachteigenaar die generaal Maurenbrecher (Nederlandse zeiler, wou als eerste Nederlander solo rond de wereld zeilen, zie ook portret op Zeilhelden) met de Takebora nog heeft ontmoet.

Na nog enkele ankerplaatsen, passeren ze op 19 juni Cape York, het noordelijkste puntje van Australië en laten het Great Barrier Reef achter zich.” We voelen nu, dat we huis toe koersen”. Op Thursday Island is “bar slechte ankergrond”; er liggen twee jachten en verschillende parelvissers. Japanners cultiveren hier parels op het rif in draadkistjes.

Op 25 juni gaat de klok terug. De volgende dag passeren ze Kaap Wesel.  Alenson noteert in zijn logboek “Breek en repareer de kabel van de auto-pilot, sturen met de hand, nemen zeetjes over, zwaar sturen, lopen soms 12 knopen Run 182 mijl”, “ Wind OZO 7,  passeren Cape Croker, varen de Van Diemen Golf binnen, Cape Don en Cape Hotham in peiling door Howard Channel, Darwin. De douane komt aan boord voor uitklaring uit Australië, “zeer geschikt, weer veel papierwerk”. 

Na enkele dagen vertrekken ze naar de Cocos Eilanden. In de wachtindeling doet Amanda volledig mee,  ze is de kok op zee, Jaap doet de navigatie  en heeft “de dames de astronomische plaatsbepaling geleerd. Marie werkt met HO 249 en Amanda en ik rekenen met mijn log tafels”. Over de visvangst wordt op de eerste dag opgemerkt: zien een kleine school tuna’s en vangen er vier, s ’avonds tuna voor het diner met koud bier; welke burger heeft dat”. Ze hijsen de dwarsfokken, waarbij geconstateerd wordt, dat één van de dubbele voorstagen tekenen van slijtage gaat vertonen, “we hopen er maar het beste van”.

Op 20 juli noteert Alenson; “stoppen met vissen, hebben nog te veel in voorraad. Luisteren naar Voice of America over de maanlanding”.  Op 27 juli krijgen ze South Keeling in zicht, ”waar het behoort te liggen, komen in lijn van de bakens en varen naar binnen. Een motorlaunch met een dokter vaart ons tegemoet en ons naar binnen”. Er volgt een beschrijving van de prachtige omgeving en de hartelijke sociale contacten met de eilandbewoners en de bemanningen van enkele andere daar aanwezige jachten.

Medio augustus vertrekken ze naar Mauritius voor de grootste oversteek van de reis. De wind is gemiddeld 4-6bft, af en toe lopen ze in zware buien 9 knopen; bij harde ZO wind wordt gezeild op fok en gereefde bezaan.

Er komt nu wel wat pech; “voor het eerst een zeetje over het achterschip en het dakluik stond iets open, dus natte bedden”, de trimtab van de stuurvaan breekt, dat betekent op de hand sturen, de kabel van het log breekt, maar daarvoor is een Walker sleeplog in reserve. Amanda bezeert haar arm en Jaap bekneld zijn duim. Er passeren zware buien, maar dan is het op 1 september windstil, “gelukkig hebben we een goede motor en 800 liter brandstof”. Hij neemt verschillende zonobservaties, het blijft windstil “, “we zien geen vis, zelfs geen vliegende, merkwaardig weinig leven”

Op 4 september komt Mauritius in zicht; “het ligt op de goede plaats”. Verheid Cocos-Mauritius 2600 mijl Vaartijd 19 dagen. Er worden ter plaatse reparaties verricht aan de windvaanstuurinrichting, de boom van de dwarsfok en zelf repareert Alenson kabels. ”Ons jacht heeft veel belangstelling”. De havenmeester wil zelf wel een Trewes laten bouwen.

Op 16 september vertrekken ze naar Lourenco Marques, ze passeren Réunion, dat “lijkt mooi vanuit zee” Daarna komt er zeer harde wind, ze nemen alle zeilen neer en lopen nog 3 knopen op de kale masten, waarna hij noteert: ”het schip ligt iets rustiger, het is erg moeilijk voor Amanda om te koken maar ze blijft ons opgewekt voeden”.

In het verslag is sprake van NO 7-8 later Zw 8-9 toenemend bft 10, het zwaarste weer dat “Zwerver ll ooit heeft gehad”. Ze jagen voort onder fok en bezaan en lopen 9 aan de wind, het is onmogelijk om aan dek te komen en zeil te minderen; ze nemen voortdurend zeeën over, het gangboord is voortdurend onder water. Ze zijn “verbaasd dat er niets breekt, fantastisch wat schip en tuig kunnen verduren” en “Amanda slaapt er heerlijk doorheen”.

Club Naval Maputo

Ze passeren Kaap St Marie de zuidpunt van Madagaskar. Daarna wordt het wat rustiger en tenslotte gaat het onder motor en fok naar Lourenco de Marques, Mozambique. Einde reis: Verheid vanaf Mauritius 1530 mijl (log1316) Vaartijd 19 dagen. Van Sydney 8.718 mijl. Totaal sinds Holland 26.218 mijl.”  We ontmoeten onze oude vrienden bij de Club Naval.

We gaan naar ons huis in Transvaal; Amanda gaat naar school, Marie heeft haar aan boord steeds lesgegeven”.  Ze vinden “een goede ligplaats 8 mijl de rivier op, waar “Zwerver ll nu geheel alleen op haar eigen mooring ligt uit te rusten”

Jaap Alenson werd door NVvK geëerd met de Jubileumschaal voor een bijzonder prestatie op nautisch gebied in 1967,’68 en ‘69. Amanda Alenson ontving de Damesprijs in 1969.

Met dank aan Jasper Bruinsma van de Kustzeilers

Wekelijks verschijnt er een mini-biografie op Zeilhelden over een Nederlandse of Vlaamse zeiler m/v die iets bijzonders heeft gepresteerd. Als je denkt dat je naam hebt die in deze galerij niet mag ontbreken stuur dan een mailtje naar redactie@zeilhelden.nl

Reacties

Reacties