Een voorproefje van het cruisersleven

Met meer vertrouwen, maar ook nog veel te leren, vertrekken we voor het eerst langer dan een paar dagen met Duchess. Het wordt een kennismaking met het eenvoudige cruisersleven en tegelijk een serieuze proef voor boot en bemanning.

Met de wind in de rug glijden we het kanaal in. Zeilen op, koers gezet, en al snel lopen we lekker tussen de vijf en zes knopen met wat uitschieters naar zeven. Voor ons voelt het vertrouwd, maar voor Duchy (de kat) is dit haar allereerste zeiltocht en ze is duidelijk niet helemaal op haar gemak. De helling van de boot snapt ze maar niets van, ze oogt wat suf en besluit al snel dat het binnen een stuk fijner is. Daar brengt ze de hele tocht door. Voor ons blijft het opletten. De autopilot en de windvaan zijn nog niet volledig geïnstalleerd, dus sturen we het hele stuk met de hand. Dat blijkt nog best een uitdaging. De deining in het kanaal is stevig en de golven komen rommelig binnen. Koers houden vraagt constante aandacht.

Na zo’n vijf uur varen verschijnt Tarrafal in zicht. De aankomst wordt ingeluid door een diepe, warme zonsondergang. De lucht kleurt oranje en de bergen tekenen zich scherp af tegen het licht. Dan zien we ook nog in de verte een grote groep pilot whales, rustig glijdend door het water. Wat een welkom. We gooien het anker uit in de baai en zodra we in de luwte van de bergen liggen, valt de wind volledig weg. Het water wordt spiegelglad. We zitten in de kuip en kijken om ons heen. Wat een plek. Wat een idyllische baai.

Een week lang genieten we van Tarrafal. Het is een klein vissersdorpje met een paar leuke barretjes en kroegjes, en vooral: rust. Zó anders dan Mindelo. Overdag werk ik achter mijn laptop, Dave klust wat aan boord. In de namiddag gaan we aan land voor een drankje of een hapje eten. We eten heerlijke verse vis en kreeft voor een prikkie.

Voor Pasen worden we uitgenodigd door vrienden in een bergdorpje landinwaarts op het eiland. Duchess laten we achter in de baai aan een mooring, wij trekken de bergen in. Het dorp blijkt alleen te voet bereikbaar. Na een wandeling van zo’n twee uur, inclusief het via een touw abseilen langs een flinke rots, komen we aan. Onze spullen zijn vooruitgestuurd, gedragen door ezels. Het dorp is klein, afgelegen en ongelooflijk mooi. We worden warm welkom geheten door de familie van onze vrienden en al snel kent het hele dorp ons. Traditioneel wordt er een varken geslacht en het weekend vult zich met eten, drinken en samen zijn. Tussendoor koelen we af met een duik in de tank. Het leven is hier eenvoudig, rauw en tegelijkertijd ongelooflijk rijk.

Na dit intense weekend wandelen we terug. Moe maar voldaan bereiken we Duch­ess. Ze ligt er gelukkig nog precies zoals we haar hebben achtergelaten en we worden luid miauwend welkom geheten door Duchy. We blijven nog een dag in Tarrafal om rustig bij te komen. Daarna varen we door naar Monte Trigo. De tocht is kort en rustig, grotendeels op de motor en af en toe met de genua bij. Duchy lijkt langzaam aan het varen te wennen. In plaats van zich binnen terug te trekken, zit ze dit keer lekker bij ons buiten op de bank. Ze kijkt wat om zich heen, knijpt af en toe haar ogen dicht en lijkt het allemaal beter te verdragen, misschien zelfs een beetje te genieten.

Monte Trigo is nog kleiner en afgelegener dan Tarrafal. Alleen bereikbaar per boot óf via een stevige wandeling van ruim drie uur. Hier is het water diep tot vlak bij het kiezelstrand, waardoor ankeren niet mogelijk is. We leggen Duchess aan een mooring naast een hoge klif, aan de voet van een vulkaan, in felblauw water. Hier lijkt de wereld stil te staan. We zouden een paar dagen blijven, maar er is de komende tijd flinke wind voorspeld in het kanaal naar São Vicente. In Monte Trigo liggen we beschut, windstil en veilig. Dus blijven we langer: langzaam glijden we steeds meer het cruisersleven in. We werken overdag, springen in de zee in plaats van een douche, vangen verse vis voor de lunch en wassen onze kleren met de hand. We leren andere cruisers kennen, eten bij elkaar aan boord, doen kleine bootklusjes en maken af en toe een wandeling of eten iets aan land.

Na ruim tien dagen in Monte Trigo, en inmiddels drie weken weg uit Mindelo, wordt het weer rustiger. Tijd om terug te gaan. Via Tarrafal varen we richting São Vicente. De terugtocht is allesbehalve soepel. Een groot deel van de route is er nauwelijks wind. Wat er staat, komt recht van voren. We starten op de motor, maar dat schiet niet op. Af en toe proberen we te zeilen, maar ook dat helpt ons niet vooruit. Met moeite halen we twee à drie knopen, en dan nog de verkeerde kant op. Het is vooral aanklungelen, soms de motor erbij, dan weer uit. We leggen ons erbij neer dat we het daglicht niet gaan halen.

Tegen zonsondergang trekt de wind aan. Serieus aan. De golven bouwen snel op en we beuken er vol tegenin. Het is vermoeiend, maar ook fijn, eindelijk snelheid. Wanneer het echt hard begint te gaan besluiten we de genua iets in te halen. Te laat, zo blijkt. Met veel geklapper en brute kracht krijgen we haar uiteindelijk binnen. De rest van de tocht is ruw. Rond 10 uur ’s avonds, na een tocht van ruim 12 uur, varen we eindelijk de baai van Mindelo binnen.

Het was een lange, pittige tocht. Een herinnering dat het niet altijd loopt zoals je hoopt. Maar ook een bevestiging: wij kunnen dit. Duchess kan dit. Tegelijk was het een mooie kennismaking met het cruisersleven, en dat smaakt naar meer.

Karlijn Ballemans
Wil je onze avonturen met Duchess op de voet volgen? Check ons dan op Instagram @sailingduchess

Reacties

Reacties