Dans van de Najade

In gedachten tel ik tot twintig terwijl mijn volle gewicht zich op het wiel van de grootzeil lier werpt. Nog tien slagen erbij. Voel dat ik langzaam buiten adem raak maar wil hier nog niet aan toegeven.
Kijk naar achteren en zie dat Hans met zijn handen nog een halve meter aangeeft. Nog vijf keer rond en dan verzet ik het ronsel zodat alleen nog maar de piek van het grootzeil omhoog gedraaid hoeft te worden. 137 m2 zeiloppervlak. Veel mensen zouden er heel wat voor over hebben om een tuin van deze afmeting te bezitten.

Het anker gaat op boven de Brakzand. Op een paar klapjes op de Eems na is met deze NNO wind de gehele route bezeild. Juist ligt al binnen handbereik als we twee uur na hoog water op een bank vastlopen door een onjuist geplaatste prik. Snel meten we de diepte rondom het schip. Overal harde grond maar nu nog loskomen is zeker weten een verloren zaak.


Koude wind giert over de plaat terwijl ik rondwandel in mijn overlevingspak. Zwerf urenlang in het mooist denkbare licht. Verzamel zeewier, speel met licht en schaduw en vergeet de tijd. Evangelische Omroep gelijkende wolken met het silhouet van de Najade als een speelgoedscheepje ervoor.

Tegen middernacht, als het schip eindelijk weer drijft, geeft de schijnwerper van prik naar prik de weg aan. We varen tot het water op is en zoeken dan onze kooi voor de nacht.

Alsof ze op haar ellebogen rust ligt de Najade met haar zwaarden naar beneden in het slik. Uitgespoelde slikkleren en theedoeken aan de waslijn. Verzamelde schelpen in het gangboord en een puts vol mosselen op het zebrapad. Grijze zeehond zwemt een stukje met ons mee. Kinderen vangen reuzengarnalen met het sleepnet en in de visbak zwemmen deze naast postzegeltjes van schol en tong.
Een grundeltje hapt naar adem en wordt snel overboord gezet. Mannetjes- en vrouwtjes krabben lopen naast geïrriteerde krabben en krabben met harige poten. Uithalen van schrik wisselen elkaar af met vliegende krabben die met een boog het ruime sop kiezen. Lepelaars vertonen zich in de verte en lachmeeuwen giechelen in hun vuistje.

De schipper steekt zijn arm in de lucht als de dirigent van een koor of de choreograaf van een dans. Krachtig schudt hij de scheepsbel in zijn hand heen en weer. De schelle klank overstemt het geruis van de wind. Stilte aan dek. Iedereen houdt de grijsblauwe ogen van de dirigent nauwlettend in de gaten.

De stuurman draait het roer naar bakboord en langzaam beweegt de neus van het schip zich richting de wind. De fok die klaar staat om te knallen en al wil gaan wordt tegengehouden in haar sprint en klappert slechts op de maat in haar voorlijk. De bakboord bakstag mag los en hangt in een mooie boog. De lier van de stuurboord bakstag ratelt. Eerst snel dan langzaam en met vereende kracht wordt de stag op spanning gebracht. Het ronsel wordt verschoven en langzaam ziet het zwaard weer daglicht. De pal kleppert er lustig op los. De grootschoot staat strak als de snaar van een cello. Tergend langzaam wordt ze gevierd en draait het touw haar rondes om de bolder.

Het grootzeil ruikt verse wind. Steeds meer wind vangt ze tot haar buik rond en bol staat. De dirigent tikt tegen zijn neus en maakt een armbeweging naar bakboord. Tijd voor de fok om aan de dans te ontspringen en ze knalt over. Diep, gebaart de dirigent en daar duikt het zwaard aan bakboord op het juiste moment de diepte in zich voorbereidend op een langzaam schuiven door het slik.

Ondertussen is ook de kluiverschoot een halve meter gevierd. Als de fok over is volgt ze nederig.  De schoot wordt eerst op de hand aangetrokken en een kleine lier helpt bij de laatste centimeters.

Zo danst de Najade minstens twintig walsen. Van het wantij bij Juist tot aan de oostkant van Norderney met zijn scheepswrak in het zand en de talloze zeehonden. De klipper kruist verder over het Riffgat, het Memmert Fahrwasser en snijdt af bij de Hohe Platte.

Aan beide zijden passeren kleine jachten op de motor. Allemaal onderweg naar Baltrum. De Nederlandse vlag achterop wappert in de wind. Het kleine Duitse vlaggetje, hoog vastgebonden in het want, vertoont beginnende rafels en wappert ook.

Na de zoveelste dans is er koffie met appeltaart op het achterdek. Kruimels in het gangboord en in de drie dagen oude baard van de dirigent. De laatst hap wordt snel naar binnen gepropt. Want vanuit de ooghoeken ziet iedereen dat de dirigent langzaam zijn arm weer omhoog brengt en de bel luidt.

Deze column is opgenomen in ‘Vandaag blijft de vloed uit’ van Janet Frieling. In dit boek zijn 61 verhalen over en van het Wad opgenomen. Janet en haar man Hans Vlasbloem varen op de Najade, een charterschip dat vooral op het Oostelijk Wad rondzwerft. De verhalen variëren van een persoonlijk verslag van de Brandarisrace tot een bevalling aan boord. Het is een goed verzorgd boek, met een herkenbare eigen stijl van schrijven, veel foto’s en zelfs een paar recepten voor ‘wildplukkers’. Heerlijk dus voor iedereen die houdt van het Nederlandse en Duitse Wad. 

‘Vandaag blijft de vloed uit’ van Janet Frieling kost 25 euro plus verzendkosten. Je kan het bestellen door te mailen naar vofzandbank@planet.nl 

Reacties

Reacties