Mee met de Zeezeilers: ‘in één keer wordt de theorie praktijk …’
Ruim 40 jaar geleden begonnen op het voormalige eiland Marken, zijn De Zeezeilers alweer jaren gevestigd in Harlingen van waaruit zij hun instructietochten plannen. Voor de deur de Waddenzee, een van de meest unieke en uitdagende zeilgebieden in Europa als het gaat om navigatie en tochtplanning. Bij De Zeezeilers kan je terecht voor theoretische en praktische CWO of RYA-cursussen of avontuurlijke tochten en oceaanoversteken. De instructeurs zijn ervaren en gecertificeerde zeezeilers die er plezier in hebben hun kennis over te brengen op de cursisten. Op Zeilhelden vertellen zij of de cursisten iedere maand over hun ervaringen. Deze keer een bijzonder verhaal over hoe de theorie heel snel in de praktijk moet worden toegepast.
We lagen op koers richting onze tijdelijke thuishaven na een serie geslaagde nachtelijke navigatieoefeningen ten noordoosten van Den Helder. Nauwelijks scheepsvaart, sterrenhemel, een kalme zee die ons deed geloven dat alles onder controle was. De cursist, in de rol van schipper, stuurde met vaste hand, zijn blik strak gericht op de groene leading lights van de KMJC (Koninklijke Marine Jachtclub).
Ik meldde onze komst via de marifoon. “Hier VC Den Helder. Geen bijzonderheden. Goede nacht” We voeren tussen de havenhoofden. Alles onder controle. Tot die ene schreeuw. “HELP!”
Niemand reageerde. Geluiden kunnen boven water vervormen. Misschien een meeuw? Misschien verbeelding? Maar toen opnieuw. Indringend. Langer. Menselijk. “Hoorde jij dat ook?” vroeg ik aan Jack. Hij knikte.
We schenen met onze schijnwerpers over het water, naar de wal, richting het terrein van Den Helder Training Centre. In het witte licht zagen we een man op de wal, rammelend aan een hek, zwaaiend, om hulp schreeuwend …
Op dat moment shifte er iets in mij. Dit was geen oefening meer. Dit was echt.
Ik greep de spreeksleutel van de marifoon en meldde de noodkreten bij de Verkeerscentrale Den Helder. Mijn cursisten probeerden contact te maken met de man maar hij leek te veel in paniek.
De patrouilleboot van de Koninklijke Marine arriveerde. Wij konden niets meer betekenen en meerden af in de KMJC maar aan wal werd al snel duidelijk hoe ernstig de situatie was. Politie- en brandweerwagens, een ambulance, met gillende sirenes en felle zwaailichten arriveerden op het terrein. Een marineman vertelde me dat de man die we gezien hadden met twee anderen in een klein bootje gevist had. Ze waren omgeslagen. Het bootje en de twee andere mannen werden vermist.
Terug aan boord informeerde ik de bemanning. Ik wisselde een blik met Jack, een collega-instructeur die als cursist meevoer. Woorden waren niet nodig.


“We gaan mee helpen zoeken” zei ik.
Via de marifoon boden we onze hulp aan die door VC Den Helder werd geaccepteerd. Vervolgens schakelden we naar VHF kanaal 67 en melden we ons aan bij de Nederlandse Kustwacht. We mochten deel uitmaken van een groeiende armada van reddingsvaartuigen.
Zoeklichten gleden over het donkere water. Boven ons trok een SAR-helikopter met oorverdovend geraas cirkels in het donker. De berichtgeving op kanaal 67 klonk professioneel en beheerst.
Terwijl we onze zoekslagen maakten, merkte ik hoe natuurlijk het voelde. Niet als politieman, mijn eigenlijke baan, maar als verantwoordelijke maar dan dit keer op het water. Volgens hetzelfde principe: overzicht houden, rust uitstralen, samenwerken, zoeken … zonder garantie op succes.
Via de marifoon hoorden we berichten die vragen opriepen. Details klopten niet. Tijden liepen uiteen. Tegenstrijdige brokjes informatie. Het verhaal van de man begon barstjes te vertonen. Toch veranderde dat niets aan onze inzet. Niet laten leiden door aannames. Eerst zekerheid.
Een uur later kwam de ontknoping. Er waren geen vermisten. Geen omgeslagen bootje. Geen drenkelingen in het donkere water. Dat het verhaal verzonnen bleek, voelde niet als een klap, eerder als een gecontroleerde landing.
Eenmaal aan de steiger volgde de debrief met de crew. Zoals altijd: Wat hebben we waargenomen? Wat deden we goed? Wat kon beter? Hoe was de communicatie? Hoe was het met onze veiligheid?
Iedereen had er een goed gevoel over. Ineens was iets dat alleen in theorie besproken wordt, praktijk geworden. We hadden ervaren hoe het is om als team te functioneren in een niet geplande noodsituatie. We hadden mogen ervaren wat het voor impact heeft als een noodkreet beantwoord wordt, om gedisciplineerd en professioneel te blijven, ook als de twijfel toeslaat.
Sommige lessen leer je niet uit een boek en soms is het een verzonnen verhaal dat je een echte ervaring oplevert.
Hans Berghout, Instructeur Zeezeilers
Wat te doen als je een noodsituatie vermoedt op zee? Wat wij deden:
- De noodkreet waarnemen en aan bemanning vragen of zij hetzelfde gehoord hadden (Geluid en zicht zijn ’s nachts verraderlijk. Twijfel mag – negeren niet).
- De man in nood waarnemen.
- Positie, afstand en omstandigheden controleren (eigen veiligheid in oog houden).
- Via VHF de waarneming en positie melden aan VC Den Helder.
- Op veilige afstand blijvend, contact maken en houden met man in nood.
- Rollen toewijzen aan bemanning (besturing schip, communicatie via VHF, contact met man, look-outs voor extra ogen op stroming/ondiepte/obstakels/manoeuvreerruimte).
- Na komst patrouillevaartuig lieten we het los maar toen later bleek dat er een zoek/reddingsactie opgestart werd.
- Check bij bemanning of er wil en voldoende energie was om mee te helpen zoeken.
- Vervolgens hulp aanbieden via VHF (eerst bij VC Den Helder, daarna bij Nederlandse Kustwacht).
Onder coördinatie van KNRM:
- Zoekgebied afgevaren
- Met schijnwerpers uitgekeken
- Stand-by gebleven
Toen opvolgende berichtgevingen ervoor zorgden dat er getwijfeld werd aan waarheidsgehalte, bleven we doorzoeken. De uiteindelijke beoordeling lieten we over aan de autoriteiten.
Na beëindiging zoekactie een debriefing met bemanning
- Wat ging goed?
- Wat kon beter?
- Hoe was de communicatie?
- Hoe voelde het voor je?

