‘Op gegist bestek’; zeezeilgeschiedenis

Als voormalig uitgever en boekhandelaar klaagde ik wel eens dat er zo weinig interessante nieuwe zeilboeken verschijnen. Leonard Blussé maakte, met behulp van de VKSJ en Uitgeverij Verloren, een eind aan die zorg. In ‘Op Gegist Bestek, zeilend zwerven met klassieke zeilers’ portretteert Leonard Blussé avontuurlijke zeilende schrijvers en schrijvende zeilers uit voorbije tijden.

Van de Harvardprofessor die per zeilschip de route van Columbus navolgde tot de Limburgse avonturier die na een lang varensleven van de loopplank viel en verdronk. Blussé las hun verhalen en laat ze herleven, de mooiste, spannendste en meest ontroerende avonturen van al die klassieke zeilers. Ze slepen de lezer mee in de wereld van het ‘gegist bestek’. Geen GPS, geen plotter, geen satelliettelefoon: het avontuur tegemoet met slechts kompas, sextant, chronometer, sleeplog en een grenzeloze passie voor het zeilen op zee.

Van Slocum tot de jaren 60

Zoals te verwachten is begint het boek met Joshua Slocum, de aartsvader van het oceaanzeilen. Daarna volgen een stoet van bekende- en veel minder bekende avonturiers. De liefhebbers van het genre kennen wellicht namen als Vito Dumas, Miles Smeeton, John Guzzwell en Alain Gerbault. Maar gelukkig zijn er nog veel meer nautische schrijvers die hun belevenissen aan het papier toevertrouwden, voordat ‘iedereen de wereld rond zeilde’. Wie kent bijvoorbeeld Samuel Eliot Morison, José Maria Tey of Louis Bernicot? In 344 pagina’s neemt de auteur ons mee aan boord van de generatie pioniers die de grondslag legden voor het huidige oceaanzeilen.

Een herinnering

De leeftijd van uw recensent spreekt boekdelen want tijdens gebeurtenissen in twee van de drie verhalen over Peter Tangvald was ik zelf in de buurt. Toen Tangvald zijn schip repareerde in het Spaanse Water van Curaçao, speelde zijn dochter Carmen bij mij aan boord en zat zijn zoon Thomas bij zeilgenoot Jean Heybroeck. Toen later Tangvald en ook Carmen omkwamen bij de stranding aan de oostkust van Bonaire, heb ik voor de geredde Thomas een plekje aan de wal gevonden. Blussé beschrijft deze horrorstory onderkoeld, maar feitelijk geheel juist.

Historicus en zeiler

Leonard Blussé is historicus. Hij is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Leiden en is gespecialiseerd in de geschiedenis van de relaties tussen Azië en Nederland. Deze wetenschappelijke achtergrond zorgt er voor dat ieder van de verhalen grondig is gedocumenteerd met een uitgebreide literatuuropgave. Die wetenschappelijke achtergrond zou kunnen wijzen op een saaie verhandeling, maar niets is minder waar. De auteur heeft werkelijk gevaren, redde zelf zijn houten scheepje van de sloop en schreef de meeste verhalen aan boord van het jacht Tadaima, wiegend op de deining, een borrel onder handbereik. Je merkt overal in het boek dat de auteur, naast geschiedschrijver, ook ervaringsdeskundige is. In het verhaal over Edward Allcard noteert hij bij voorbeeld: “Een zware storm in de Golf van Biskaje teisterde Temptress dermate dat de naden van de huid opensprongen en het schip flink wat water maakte, maar omdat hij een knoert van een lenspomp had geïnstalleerd maakte Edward Allcard zich daar weinig zorgen over.”
Zoiets kan alleen een ervaren zeiler opschrijven. Zo zijn er vele voorbeelden van teksten die alleen gemaakt kunnen zijn door een bevaren auteur. Ook zie ik dat de auteur zijn huiswerk grondig heeft gedaan. Een van de boeken over de reis van De Alk is -als e-boek- verschenen bij Watersportmedia en door mijzelf uitgegeven. Dat Blussé het werkje opmerkte is voorwaar een voorbeeld van te prijzen research!

Een paar puntjes van kritiek

De meeste eigentijdse zeezeilers weten heel vaak niet wie hun wegbereiders zijn. Door ‘Op gegist bestek’ wordt elke zeezeiler zich bewust van hun voorgangers die de zee en de oceaan bevoeren met eenvoudige, meestal solide jachten met alleen het hoogstnoodzakelijke. Het boek begin bij Slocum rond 1895 en houdt halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw met de Elizabeth van Adriaan Hoekmeijer. De afgelopen halve eeuw waren er daarna vele zeilers die grote tochten maakten en daar over schreven, maar die ontbreken in dit boek. Je zult het dus moeten doen zonder Herman Jansen, Henk de Velde, Henk Bezemer, Jean Heybroeck en Dick Huges om er maar een paar te noemen. Wie weet komt er nog een tweede boek. Behalve deze -begrijpelijke- omissie is er heel weinig op dit boek aan te merken. Een paar kleine dingetjes. Ik mis toch wel een aantal grote namen: Bernard Moitessier werd wel genoemd, maar mag eigenlijk niet ontbreken. Ook James Wharram kan eigenlijk niet gemist worden. Historicus Blussé ruimt het laatste deel van het boek in voor de Nederlandse ‘vertrekkers’; immers pas na de tweede wereldoorlog begonnen Nederlanders met oceaanzeilen. Of er voor die tijd spraakmakende avonturen op zee waren wil ik nog wel een uitgezocht zien.
Omdat ‘Op Gegist Bestek’ zeker als standaardwerk is aan te merken is het jammer dat het boek als ‘softcover’ is uitgevoerd. Een harde kaft hoort bij dit boek!
In elke boordbibliotheek mag ‘Op Gegist Bestek’ niet ontbreken. Dwalend door de geschiedenis van de verwegzeilerij is er veel te leren voor de eigentijdse vertrekkers. Op de Traditionele Schepen Beurs is het boek te koop bij de stand van L.J. Harri.

Met dank aan Zeepost waar dit artikel op verscheen.

Auteur: Klaas Jan Hoeve, redactie Zeepost
Bron: Uitgeverij Verloren
Uitgeverij Verloren, ISBN 9789464552461, € 25,00

Reacties

Reacties