Opstappers welkom!

Opstappers heb je in verschillende vormen en maten. Zo heb ik vele verschillende personen over de vloer gehad en vaak vertelt de baan die iemand uitoefent veel over de persoon die op stapt. Zo zal iemand uit het leger of de bouw genoeg hebben aan een korte bondige uitleg en is in de kaart kijken voor de volgende kompaskoers een fluitje van een cent. Maar voor de normale receptioniste of tandarts-assistente is het alleen maar een prachtige kleurplaat. Logies want die hebben er nooit echt mee gewerkt. Ook lijkt een normaal trosje uit brengen niet altijd even eenvoudig. Zo maakte ik een keer mee dat de gehele klos op een paaltje was gelegd en werd er trots terug-gekeken, toen ik vroeg of ze het trosje om de paal kon leggen.


Ook backpackers waren op mijn schip van harte welkom. Zo had ik een Argentijn over de vloer die ik had gevonden onder een afdakje in Volendam. Malend op wat crackers vertelde die me dat ik een prachtig schip had. We raakten verder aan de praat en aan het eind zou hij een week op stappen. Maar nog geen twee minuten aanboord of ik hoor een diepe plons, alsof er een stuk dekbeslag in het water viel. Dit was echter niet het geval. Meneer was zijn nieuwe Iphone zwemles aan het geven. Wanhopig werd er naar gedoken en kwam hij boven water met een grote grijns en de ietwat blubberige Iphone. Nadat ik hem verteld had dat die hem nooit meer terug zou zien heeft het toestel de rest van de week in de zon en rijsttrommel doorgebracht. Wonder boven wonder ging dat ding het weer doen. Na zijn geweldige entree legde ik het een en ander uit over mijn scheepje en vertrokken we direct uit de thuishaven (Katwoude). Iets wat ik al 3 keer in het donker gedaan had waarbij er veel aandacht voor de vaarroute was. Dit was de eerste keer bij daglicht en glad water en daardoor was onze houding iets wat aan de lakse kant.


Eenmaal varend op de Gouwzee vergisten we ons in een tonnetje en varen we een stuk door de blubber waarbij de inlaat een stevige wierplant naar binnen slokt en de impellor (pompje van het koelwater ) ontdoet van al zijn schoepjes. De bijbel (hand-out van de motor) werd op tafel geworpen, met daarboven twee wild speurende jongens die uit proberen te vreten welke kant dat ding in vredesnaam op draait. Ondertussen dobbert de boot wat door de vaargeul en duurt het dan ook niet lang voor we langzaam weer in de blubber terechtkomen. Maar dat komt eigenlijk wel goed uit. Rust. Gewapend met een schroevendraaier peuter ik de wierplant uit de inlaat en kunnen we de reis vervolgen.

Nu we eindelijk de Gouwzee af varen zien we mensen hakken-billen terug naar de haven varen. Ietswat in de regel geen goed teken is. Het duurt dan ook niet lang voor de wind aantrekt, maar dat mag de pret niet deren, we weten dat het schip er op gebouwd is. Terwijl ik wat kook hoor ik een luide knal en rond vliegend metaal. Het is de gootschoot die het oog van de runner rukt, die kennelijk door geroest of niet goed gelast is.  Snel wordt er wat ge-macgyverd met wat katrollen en touw en is het gevaar weer geweken.



Omdat alles zo als alles een budgetplan is doe ik eigenlijk nooit havens aan, omdat die onnodig geld kosten. Maar waar anker je met windkracht 8? Achter de Houtribdijk vinden we uiteindelijk beschutting en brengen daar de nacht door. Die week zijn we nog een stuk over het IJsselmeer gegaan en Amsterdam in geweest. Om op het vrouwelijk schoon te jagen uiteraard .
Mark

Reacties

Reacties

Geef een antwoord