Tot onze knieën in de diesel en een verdwenen kat
We dachten het ritme van het bootleven langzaam te vinden. Maar toen we na een weekend weg terugkeerden, stond de boot vol water en diesel en was onze kat verdwenen. Wat volgde waren uren van paniek, schuldgevoel en uiteindelijk opluchting.
Na storm Erin komt het leven op het eiland langzaam weer op gang. Straten worden schoongeveegd, winkels openen voorzichtig hun deuren, mensen proberen de draad weer op te pakken. Ook wij vinden steeds meer ons ritme aan boord.
Dutchy (onze kat) lijkt het leven aan boord fantastisch te vinden. Ze hopt van de bank naar de tafel, springt achter een touwtje aan alsof het haar prooi is en ligt soms minutenlang roerloos voor zich uit te staren over het water. Soms denk ik dat ze meer geniet van het bootleven dan wij.



Wijzelf vinden het heerlijk, maar eerlijk is eerlijk: het gaat niet altijd vanzelf. Ons eigen bijbootje heeft de storm niet overleefd en de buitenboordmotor is ook nog kapot. Dus lenen we tijdelijk een bijboot van een Nederlandse vriend. Met peddels. Elke dag. Naar het werk, de supermarkt, of gewoon voor een douche aan de wal. Met twee mensen en één bootje betekent dat plannen, afstemmen en af en toe flink mopperen. En terug peddelen tegen de wind in.
Water bijvullen is ook een avontuur op zich. Elke week vullen we jerrycans aan de wal en balanceren ze daarna in het bijbootje terug naar Duchess. Met elke golf klotst er een beetje water over mijn voeten, en ondertussen probeer ik niet te veel te denken aan hoe zwaar zo’n jerrycan eigenlijk is. Een fitnessabonnement hebben we in ieder geval niet meer nodig.
Toch is het fijn. Het zijn vooral de avonden die dit leven magisch maken. Zodra de zon zakt, zitten we samen in de kuip. De lucht kleurt oranje, de golven deinen zacht en we staren over het water alsof er niets anders bestaat. ’s Nachts worden we in slaap gewiegd door het klotsen tegen de romp.
Na een paar weken merken we dat we moe zijn. Het was een heftige periode. Dus besluiten we een weekendje weg te gaan. Ik ga met een vriendin de bergen van Santo Antão in. Dave gaat een weekend naar zijn moeder. Het is heerlijk. Mooie wandelingen in de natuur, even douchen onder warm water, slapen in een echt bed, de luxe van een huis. We komen uitgerust terug, klaar om weer op te pakken.



Totdat we bij de boot aankomen. Nog voor ik aan boord stap, ruik ik het: diesel. Vreemd. Ik trek het luik open en mijn hart slaat over. De hele boot staat vol water, gemengd met diesel. Alles drijft. Onze spullen, Dutchy’s bakjes met voer… maar geen Dutchy.
We roepen haar naam. Nog eens. Niets. Paniek kruipt omhoog. Is ze overboord gesprongen? Bewusteloos geraakt door de dampen? Waarom is ze niet gewoon naar buiten gegaan, naar het dek, waar ze veilig was? Mijn hoofd maakt overuren terwijl we beginnen te pompen en dweilen. De lucht is verstikkend, maar we moeten door. Dutchy blijft spoorloos.
Langzaam wordt duidelijk hoe dit heeft kunnen gebeuren. We waren een palletje van de wc vergeten om te zetten en hadden de afsluiters niet dichtgedaan. Al het water is via de wc omhooggekomen. Omdat we kort daarvoor aan de dieseltank hadden gewerkt, stond die nog open. Het water mengde zich met diesel en liep kniehoog de boot in. We hadden wel een bilgepomp, maar de automatische stand was kapot, die moesten we nog maken. Daardoor heeft het water zo ver kunnen komen.
Die nacht slaap ik niet. Ik voel me schuldig. Hoe hebben we dit kunnen laten gebeuren? Met lood in mijn schoenen peddelen we de volgende ochtend naar de kant. Bij de brug spreken we een vriend, en dan hoor ik het: een miauw. Nog één. We kijken omhoog en daar zit ze onder de brug. Ze heeft gezwommen.
We peddelen snel naar haar toe, tillen haar in het bootje. Ze is ongedeerd. Ik hou haar stevig vast, haar vacht tegen mijn borst. De opluchting overspoelt me. Waarom ze in hemelsnaam in het water is gesprongen, zullen we nooit weten. Zocht ze ons? Voelde ze zich onveilig? Het blijft gissen.
De boot ruikt nog weken naar diesel, maar we krijgen haar schoon. De automatische bilgepomp is inmiddels gemaakt, en we hebben ons lesje geleerd: afsluiters blijven voortaan dicht als we weggaan.



Toch spookt het door mijn hoofd. Met Drifter had ik ooit ook bijna een zinkervaring. Dan die storm. En nu dit. Soms vraag ik me af of het een teken is, dat het bootleven niet voor mij bedoeld is. Of misschien is het juist de test. Een herinnering dat dit leven niet makkelijk is, dat het gevaren kent, dat je alert moet blijven.
En misschien is dat precies de reden waarom ik dit leven zo graag wil. Omdat het me uitdaagt, me wakker houdt, me dwingt tot veerkracht. Want hoe zwaar het soms ook is: Duchess voelt als thuis.
Karlijn Ballemans

Karlijn leidt een nomadisch bestaan. Ooit zeilde ze in de zomer met haar 27ft bootje Drifter over de Randmeren, in de winter ging ze naar warmere oorden om zeilen, reizen en werken te combineren. Een paar jaar geleden is samen met haar vriend een nieuw avontuur aangegaan op Kaapverdië, met de aankoop van Duchess. Een verlaten stalen boot van 13,4 meter. Op Zeilhelden vertelt zij wat ze meemaken.
Wil je onze avonturen met Duchess op de voet volgen? Check ons dan op Instagram @sailingduchess

