Gered in de Bermudadriehoek

Texelse overleeft schipbreuk in de Bahama’s luid de kop in de krant. Het voelt al weer lang geleden, maar dit jaar was het nog dat ik door een helikopter van de U.S. Coastguard, in de Bermuda driehoek uit zee omhoog getakeld ben.


Onderweg naar Cuba rollen de golven over het dek. Helaas is het net niet, net wel bezeild. We draaien het motortje bij. “Dutch sailing” leg ik mijn schipper nog uit terwijl we tegen de metershoge golven opboksen. Aan het motorzeilen komt plots een einde als de motor het begeeft. Geen nood aan de man we zijn tenslotte zeilers! We zetten koers naar het dichtstbijzijnde bezeilde eiland van de Bahama’s, en worstelen ons door de golfstroom.
Hoe groot is nu de kans dat je voorstag, en enkele minuten later je achterstag breekt. Een diepe schok gaat door mij heen van reddeloosheid, en daaropvolgend oplossingen. Welke gevaren dreigen er, omsingeld door koraal en rotsen? Komt de mast naar beneden? En ondertussen besef ik dat ik niet degene ben die hier de beslissingen neemt. We knippen in ieder geval de voorstag met rolfok en trommel los, voordat deze een gat in de romp slaat. Het geheel wordt onmiddellijk opgeslokt door een woeste zee.

Ellendig klein voel je jezelf, heen en weer geslingerd in een notendop, terwijl de zee bezit van je wil nemen. Op onze distress call krijgen we niet meer reactie als een hoop gekraak. Tijd verstrijkt het wordt donker, en de batterijen raken leeg. Op Mayday reageert ook niemand, helaas is het een gebied met weinig scheepvaart. De schipper heeft inmiddels besloten indien nodig zijn schip achter te laten en activeert de EPIRB. Ik besluit me over de EPIRB te ontfermen, en ondanks dat ik misselijk word van het stroboscoop licht, laat ik het ding niet meer los.

De zes langste en meest angstige uren van mijn leven breken aan. Uren waarin ik naïef mijn tas nog inpak, er een briefje in stop dat degene die mijn tas terugbezorgt rijkelijk beloont zal worden.
Uren waarin ik hardop fantaseer om mijn angst te onderdrukken. Het lijkt me wel wat om gered te worden door een cruiseschip. Ik zie het eilandhoppen met een cocktail wel zitten, en heb mijn bikini tenslotte toch al aan.

Mijn fantasieën worden verstoord door een vliegtuigje wat boven ons cirkelt. Op zoek naar drugssmokkelaars hebben ze onderweg onze Mayday gehoord. Via de marifoon eindelijk een stem, ze hebben de U.S. Coastguard gewaarschuwd. Welke uiteraard gevestigd is op het laatste eiland voor Cuba, ze komen eraan met een helikopter,
Ik slaak een diepe zucht en veeg nog wat stukjes braaksel van mijn gezicht. Bedenk dat het misschien wel vreemd is als ik alleen in een bikini omhoog getakeld wordt, en gris nog snel mijn pyjama onder mijn kussen vandaan. Pak tevens mijn altijd aanwezige grab bag, met medicatie, paspoort, creditcard en back-up van mijn laptop.


Het verzoek of ik in het water wil springen, dames eerst, terwijl een pikdonkere schuimende oceaan me aankijkt. De golven worden nog hoger omhoog gestuwd door de wind die de helikopter veroorzaakt. Ik spring, en zwem zo hard als ik kan richting het mandje, de gedachten aan haaien maakt dat ik nog harder zwem.
Terwijl ik de lucht in ga, zie ik de zeilboot onder me steeds kleiner worden. Eenmaal boven tref ik een waar welkomstcomité aan. “God bless the Lord” roepen de Amerikanen in koor terwijl het zeewater uit mijn schoenen loopt.
Saskia Poelman

Reacties

Reacties

Geef een reactie